Geen concrete steunvordering, toch faillissement!
Vorige maand werd een uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 28 juli 2026 gepubliceerd, waarin de rechtbank Rotterdam oordeelde dat een tweede schuldeiser niet altijd met naam behoeft te worden aangewezen. Anders gezegd, de rechtbank Rotterdam sprak het faillissement van een vennootschap uit, terwijl geen concrete steunvordering kon worden vastgesteld.
De hoofdregel: pluraliteit van schuldeisers
Voor een succesvolle faillietverklaring is op grond van de Faillissementswet onder andere vereist dat de schuldenaar verkeert in de toestand dat hij heeft opgehouden te betalen. Hiervan is sprake als er meerdere schuldeisers zijn die niet worden voldaan (pluraliteit van schuldeisers).
Wat speelde er in deze zaak?
De verzoekster tot faillietverklaring stelde in deze kwestie dat zij een opeisbare vordering had van afgerond € 48.000. Verzoekster en verweerster waren beiden eerder gezamenlijk aandeelhouder van een onderneming. Nadat verzoekster haar aandelen aan verweerster had verkocht, verstrekte zij bovendien een geldlening. Verweerster kwam vervolgens de betalingsverplichtingen niet na.
In het kader van het vereiste van “pluraliteit” wees verzoekster op de laatst gedeponeerde jaarrekening over 2023 (aangaande verweerster). Uit de jaarrekening volgde namelijk een schuld die echter niet verzoekster betrof. De rechtbank Rotterdam volgde deze onderbouwing en stelde dat door verweerster aan het vereiste van pluraliteit van schuldeisers was voldaan.
De rechtbank overweegt:
“Naar het oordeel van de rechtbank is daarom, ondanks het ontbreken van een concrete steunvordering jegens een met name genoemde partij, toch voldoende aannemelijk geworden dat sprake is van pluraliteit van schuldeisers.”
Verweerster heeft niet op de stellingen van verzoekster gereageerd. De financiële problemen werden volgens de rechtbank bovendien niet ontkend in de contacten met de voormalig bestuurder.
De verschillende omstandigheden in samenhang bezien zorgden ervoor dat de rechtbank voldoende aannemelijk achtte dat er naast verzoekster nog een andere schuldeiser was. Het faillissement van verweerster werd dan ook uitgesproken.
Hoofdregel van pluraliteit van schuldeisers blijft
Deze uitspraak laat zien dat pluraliteit niet noodzakelijk behoeft te worden bewezen aan de hand van een volledig geconcretiseerde steunvordering. Het gaat immers om de vraag of summierlijk aannemelijk is dat de schuldenaar meerdere schuldeisers heeft en in een toestand verkeerd van “opgehouden te betalen”. Deze uitspraak biedt naar mijn mening meer ruimte om (succesvol) een verzoek tot faillietverklaring in te dienen nu het voor een schuldeiser niet altijd bekend is wie nog meer schuldeiser is c.q. wat de schuldenpositie van de verweerder is.

