Geen persoonlijke aansprakelijkheid voor hotelbestuurder
De Beklamelnorm toegepast: geen persoonlijke aansprakelijkheid voor hotelbestuurder
De rechtbank Noord-Holland oordeelde afgelopen maand (oktober 2025) dat er geen sprake was van persoonlijke aansprakelijkheid aan de zijde van de bestuurder van RHG. Deze bestuurder ging overeenkomsten aan met eiser voor meerdere opdrachten tot renovatie, waarna betalingen van de facturen voor deze renovatiewerkzaamheden door RHG uitbleven. Er was echter niet gebleken dat deze bestuurder wist of behoorde te weten dat RHG deze betalingen niet na kon komen, zo oordeel de rechter. De vordering van de eisende partij werd dan ook afgewezen.
Wat speelde er in deze kwestie?
RHG nam in 2018 de exploitatie van Hotel & Chateau Marquette over. Daarna ging RHG een raamovereenkomst aan met de eisende partij voor renovatie van onder meer de vloeren van het hotel. In 2022 volgde een nieuwe opdracht voor de renovatie van achttien hotelkamers. Beide facturen liet RHG echter onbetaald. RHG werd in 2023 failliet verklaard. Uit het faillissementsverslag bleek dat de exploitatie verliesgevend was, mede door de coronacrisis. Daarnaast werd duidelijk dat de onderneming in 2021 een negatief eigen vermogen had van bijna twee miljoen euro. Ten slotte werd door de eisende partij ook verwezen naar de waarschuwing van de accountant uit diens verslag van 2022, waarin hij zijn twijfels over de continuïteit van het hotel uitte.
Voor aansprakelijkheid moet een onderscheid worden gemaakt tussen:
- aansprakelijkheid van de vennootschap voor het niet nakomen van verplichtingen, en
- persoonlijke aansprakelijkheid van de bestuurder voor diezelfde verplichtingen.
Het uitgangspunt van de Beklamelnorm is dat een bestuurder geen verplichtingen namens de vennootschap mag aangaan als hij weet – of redelijkerwijs had moeten weten – dat de vennootschap deze niet kan nakomen en later geen verhaal biedt voor de schade. Als het handelen of nalaten van de bestuurder in zo’n situatie ernstig onzorgvuldig is en hem daardoor een zwaar verwijt kan worden gemaakt, kan hij persoonlijk aansprakelijk worden gesteld.
De eiser in deze kwestie stelde dat de bestuurder wist of behoorde te weten dat RHG haar verplichtingen tot betaling van de facturen niet na kon komen. Dit baseerde eiser op het volgende:
- het structurele verlies;
- het negatieve eigen vermogen van bijna twee miljoen euro in 2021
- de geuite twijfels van de accountant over de continuïteit; en
- het feit dat de bestuurder desondanks opdrachten bleef verstrekken aan eiser.
Omdat de hotelkamers gerenoveerd moesten worden, werd al voorzien dat er opstartverliezen zouden ontstaan. In 2020 kwam daar ook nog de coronacrisis bij, die de horeca- en hospitalitysector bijzonder hard trof.
Echter, het uitgeven van aandelen eind 2021 had zijn vruchten afgeworpen, en ondanks de bestaande schulden in de zomer van 2022 was er nog geen sprake van een uitzicht op faillissement. Nadat de coronamaatregelen werden versoepeld en de renovatie was afgerond, liep het hotel weer beter. Desalniettemin, de toegenomen kosten van energie en personeel waren voor het hotel te groot geworden, wat leidde tot een faillissement.
De rechter vond het in deze zaak onvoldoende onderbouwd en bewezen dat bestuurder wist of behoorde te weten dat RHG haar verplichtingen niet na kon komen door het negatief eigen vermogen en het daarvoor geleden verlies. Daarbij was de rechter ook van oordeel dat onvoldoende duidelijk is gemaakt dat er sprake was van een uitzichtloze situatie en een negatief continuïteitsperspectief. Naast de twijfels over continuïteit, werd echter ook gesproken over de positieve verwachting van de komende boekjaren. Gelet op de relevante feiten in deze zaak en de grondslag van de Beklamelnorm, was de rechter derhalve van oordeel dat eiser onvoldoende had gesteld dat er sprake was van persoonlijke aansprakelijkheid voor bestuurder van RHG. De vordering werd dan ook afgewezen.
De bovenstaande blog is geschreven door onze student stagiaire: Nora van Gisbergen.

