Hoge Raad oordeelt over geldigheid algemene voorwaarden
De Hoge Raad heeft begin maart van dit jaar geoordeeld in een zaak waarbij de vraag was of een beroep op de toepasselijke algemene voorwaarden ook aanvaardbaar was. Uit het arrest van de Hoge Raad volgt dat ook al zijn algemene voorwaarden rechtsgeldig van toepassing verklaard, de toepassing daarvan in een concreet geval alsnog kan stranden.
Wat was er aan de hand?
In deze zaak stond een overeenkomst voor het leveren van clouddiensten centraal. In de toepasselijke algemene voorwaarden was een rente van 1,5% per maand opgenomen, evenals een bepaling met met betrekking tot buitengerechtelijke incassokosten. Op het eerste oog zijn dit gebruikelijke bepalingen in algemene voorwaarden en komen ook veelvuldig voor. De toepasselijkheid van de algemene voorwaarden stond ook niet ter discussie.
Tussen partijen ontstond een discussie over de vraag of de opdrachtgever gehouden was tot vergoeding van meerverbruik van ‘powered-on geheugen’. Hiermee was een bedrag gemoeid van EUR 514.272,83, met rente en incassokosten. De rechtbank wees de vordering af. Het Hof oordeelde anders en veroordeelde de opdrachtgever alsnog tot betaling van EUR 494.462,39 met 1,5% rente per maand vanaf 18 oktober 2028 en EUR 63.654,54 aan buitengerechtelijke kosten. Immers, de gevorderde rente en buitengerechtelijke kosten waren overeemkomstig de toepasselijke algemene voorwaarden . De opdrachtgever besloot in cassatie te gaan.
Volgens de wederpartij leidde de toepassing van voornoemde bepalingen, gelet op de omstandigheden van het geval, tot een onaanvaardbaar resultaat. Kijkend naar de omvang van de toegewezen rente en buitengerechtelijke kosten niet onbegrijpelijk. De Hoge Raad was van mening dat het Hof een belangrijke stap had overgeslagen.
Kort en goed, het feit dat algemene voorwaarden van toepassing zijn en niet vernietigd kunnen worden, betekent nog niet dat elk beding ook zonder meer kan worden toegepast. Naast de toets van geldigheid en toepasselijkheid bestaat namelijk een tweede, zelfstandige toets: die van artikel 6:248 lid 2 BW. Die bepaling brengt mee dat een contractueel beding buiten toepassing blijft, wanneer toepassing in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is.
Zoals uit de conclusie van de Advocaat-Generaal mijns inziens volgt, had het hof expliciet moeten ingaan op het gevoerde verweer van de opdrachtgever dat de contractuele rente — omgerekend 18% per jaar (!) — onevenredig hoog was en daarom niet zonder meer kon worden toegepast. De Hoge Raad was het hiermee eens en volgde deze lijn. Nu het Hof dat had nagelaten, vernietigde de Hoge Raad het arrest van het hof en heeft het geding verwezen naar het hof Arnhem-Leeuwarden ter verdere behandeling en beslissing.
Voor de praktijk geeft het arrest van de Hoge Raad (terecht) aan dat bepalingen in algemene voorwaarden weliswaar op papier geldig kunnen zijn, maar dat bepaalde bepalingen alsnog kunnen stranden wanneer het effect daarvan buitensporige gevolgen heeft. Het is dan ook belangrijk dat bij het opstellen van algemene voorwaarden hiermee (lees: realiteitszin) rekening wordt gehouden.

