Zelfde sector, geen concurrent: grenzen aan het non-concurrentiebeding
Eind vorig jaar oordeelde de rechtbank Amsterdam in een zaak waarbij een discussie ontstond na de verkoop van aandelen in het technologiebedrijf Boca Ciega B.V. De discussie ging specifiek over de vraag of de voormalig aandeelhouder door werkzaamheden voor Brock Solutions, een bedrijf in dezelfde sector, het overeengekomen concurrentiebeding had geschonden. De rechtbank Amsterdam oordeelde dat daar géén sprake van was.
Paxon Technologies B.V. en drie andere vennootschappen (hierna: Paxon c.s.) waren aandeelhouder van Boca Ciega B.V. (hierna: Boca Ciega), de holding boven Synchold B.V. (hierna: Synchold). Synchold dreef haar onderneming onder de naam BagsID en hield op haar beurt (onder meer) de aandelen in BagsID International B.V. (hierna gezamenlijk: BagsID).
Gedaagde 1 was medeoprichter van Boca Ciega en hield via gedaagde 2 B.V. aandelen in deze vennootschap. De relevante aandeelhoudersovereenkomst bevatte onder andere een non-concurrentiebeding. Dit beding verbood de aandeelhouders gedurende drie jaar om, direct of indirect, betrokken te zijn bij een onderneming die (soort)gelijk of concurrerend was aan de activiteiten van Boca Ciega en haar dochterondernemingen (zoals BagsID). BagsID ontwikkelde software en diensten voor bagageregistratie in de luchtvaart, waaronder technologie om bagage via slimme camera’s te herkennen op basis van uiterlijke kenmerken.
Op 30 januari 2024 verkocht gedaagde 2 B.V. haar aandelen aan Paxon c.s. voor € 1.250.000. Een deel, € 250.000, werd voorwaardelijk verschuldigd in drie termijnen, mits gedaagden zich zouden houden aan onder meer het non-concurrentiebeding in de koopovereenkomst. Na deze overdracht verrichtte gedaagde 1 via gedaagde 2 B.V. werkzaamheden voor het Canadese bedrijf Brock Solutions (hierna: Brock). Daarnaast ging hij een podcast over de bagage-industrie onder de naam “The Bagfather” presenteren. Paxon c.s. beschouwden deze werkzaamheden als een overtreding van het non-concurrentiebeding, waarop zij gedaagden hebben gesommeerd en Brock hebben verzocht de samenwerking met gedaagden te beëindigen. Ook gingen Paxon c.s. niet over tot betaling over de voorwaardelijke koopsom van de eerste termijn op 31 december 2024. Paxon c.s. startte een gerechtelijke procedure.
Paxon c.s. vorderden o.a. betaling van contractuele boetes, een verbod op verdere betrokkenheid bij Brock en verval van het recht op de voorwaardelijke koopsom. Aan deze vorderingen legden Paxon c.s. ten grondslag dat de gedaagden het non-concurrentiebeding habben geschonden doordat Brock en The Bagfather (mogelijk) concurreerden, of althans vergelijkbaar waren met BagsID. Daarnaast zouden gedaagden twee voormalige werknemers van BagsID hebben benaderd om over te stappen naar Brock. Bovendien stelden Paxon c.s. dat ze hun contact met de Brock hadden verzwegen. Ten slotte voerden Paxon c.s. aan dat gedaagde 1 bedrijfsgevoelige informatie door had gestuurd naar zijn privé e-mailaccount.
In de gerechtelijke procedure betwistten gedaagden dat Brock of The Bagfather concurreerden met BagsID en stelden dat de werkzaamheden van gedaagde 1 voor Brock niets met bagage-identificatie te maken hadden. Bovendien ontkenden zij dat zij voormalige BagsID-medewerkers hadden benaderd. Gedaagden stelden een tegeneis op en vorderden in reconventie vernietiging of beperking van het non-concurrentiebeding en een verklaring van recht dat zij de koopovereenkomst niet hadden geschonden. Ook vorderden zij primair dat zij vrij zijn om binnen de luchtvaart- en bagagesector samen te werken, subsidiair met beperkingen tot bagagebiometrie, en meer subsidiair samenwerking met Brock en de podcast. Gedaagden voerden aan dat Paxon c.s. het non-concurrentiebeding onterecht had gehandhaafd, zij geen overtreding hadden begaan, dat Paxon c.s. hun contractuele verplichting tot betaling van de voorwaardelijke koopsom niet was nagekomen, de andere termijnen opeisbaar waren, en dat de sommatiebrieven onrechtmatig waren en tot gederfde inkomsten hadden geleid.
De rechtbank concludeerde dat Brock niet concurrerend of vergelijkbaar is met BagsID. Hoewel Paxon c.s. stelden dat Brock actief was in de luchtvaartsector en software leverde die indirect met bagagebeheer te maken heeft, bleek uit het dossier dat Brock uitsluitend software leverde voor het aansturen van bagagebanden. Daarbij waren er geen concrete aanwijzingen dat Brock waarschijnlijk concurrerend zou worden. De betrokkenheid van gedaagden bij Brock vormde daarom geen schending van het non-concurrentiebeding. Ten aanzien van The Bagfather oordeelde de rechtbank vergelijkbaar en stelde dat het bedrijf geen activiteiten verrichtten die vergelijkbaar waren met de kernactiviteiten van BagsID. De rechtbank concludeerde ten slotte dat Paxon c.s. niet hadden aangetoond dat gedaagden voormalige medewerkers van BagsID hadden benaderd voor Brock, noch dat zij informatie hadden achtergehouden ten aanzien van het contact met Brock tijdens het opstellen van de koopovereenkomst.
De rechtbank wees de vorderingen van gedaagden grotendeels toe. Een verklaring dat zij vrij zouden zijn om binnen de hele luchtvaart- en bagagesector samen te werken werd echter afgewezen, omdat het non-concurrentiebeding nog steeds gold voor vergelijkbare of concurrerende bedrijven. De rechtbank wees de vordering tot betaling van de eerste termijn van de voorwaardelijke koopsom toe, omdat het beding niet was geschonden. De rechtbank oordeelde echter anders over betaling van de tweede en derde termijn, aangezien deze nog niet opeisbaar waren. Ten slotte werd geoordeeld dat Paxon c.s. een schadevergoeding moesten betalen voor de door hen verzonden sommatiebrieven, omdat deze onterecht waren verzonden en tot schade hadden geleid.
Kortom, de rechtbank wees de vorderingen van Paxon c.s. af en ging grotendeels mee in de vorderingen van gedaagden. De exacte hoogte van de schade moet nog worden vastgesteld.
Deze blog is geschreven door Nora van Gisbergen (student-stagiaire bij Vlot Advocaten)

